Recent comments

The Typing Professor
betty_d: If you click into my profile and then on 'quotes contributed' you will find ...

Robert Greene
Great quote! But a comma should be inserted after the words 'In the end'

The Typing Professor
Short stories! I am trying to improve my WPM for a job, but most tests ...

Jet Black
Great quote. However, it would read better if you inserted the word 'the' before the ...

Scott Cawthon and Kellen Goff
This would be a terribly annoying quote to type. As a general rule, I think ...

More

Quotes

Add a new quote

Recent quotes - Best quotes - Worst quotes -

N A
Maarten 't Hart - De nagapers 6
Het hondje kefte en blafte en huilde hartverscheurend. "Roep de conducteur." riep de oude man. De beide deuren naar de coupés gingen open. Nieuwsgierigen keken om een hoekje. "Ga de conducteur halen," riep de oude man, "toe, waarschuw de conducteur." "Die hoort vanzelf wel dat er iets aan de hand is," meende een statige dame. "Nee, nee, haal hem," schreeuwde de man. "Hij moet de trein stoppen en de deur openen, anders gaat mijn hondje dood."

N A
Maarten 't Hart - De nagapers 5
De oude dame hield haar handen Halleluja-achtig omhoog. Op dat moment klonk, ver weg, het conducteursfluitje en de treindeuren sloten zich pneumatisch. De man probeerde nog het hondje aan zijn vrouw te geven. maar het werd ingesloten door de deuren. Vreemd genoeg bleef er een vrij grote spleet vrij. Toch zat het hondje stevig vast ter hoogte van zijn rode dekje dat nu als een puntdak op zijn rug stond. Ondanks hevige protesten van de bejaarde man begonnen we te rijden.

N A
Maarten 't Hart - De nagapers 4
We stopten in Rotterdam-Zuid. De oude dame overhandigde het hondje aan haar man. Het alweer teruggedrukte dekje bolde hoog op. De oude dame begon uit de trein te klimmen. Eerst voelde ze of de treeplank wel hield, daarna stapte ze manmoedig het duistere perron op. Ze keerde zich om. De oude man tilde het parachutistische hondje wat hoger op en boog het bovenlichaam naar voren. Het was buiten donker en nevelig. Er viel zo'n onzichtbaar motregentje dat op de lantaarns condenseert.

N A
Dimitri Verhulst - De helaasheid der dingen 3
De eerste tragedie in de geschiedenis van de Tour de France (editie Potreloise) speelde zich af bij het veertiende glas. Wilfried, nochtans geboortig uit een familie Duitsgezinden en logischerwijs een bierdrinker van natuur en filosofie, tuimelde opeens van zijn stoel en raakte daar slechts met de grootste moeite weer op. Over zijn volgende pils deed hij meer dan een uur, met aandoenlijk kleine slokjes, net een kind dat leerde drinken. En uiteindelijk gaf hij verstandig op.

N A
Dimitri Verhulst - De helaasheid der dingen 2
Achttien mensen, tegen mekaar geplakt in die caravan. Na tien pilsen, die nog voor geen enkele afscheiding hadden gezorgd, begon het heen en weer geloop tussen de caravan en de boomgaard, om te pissen. Nog 29 glazen bier te gaan, je moest zot zijn om van hier een solonummertje te beginnen tot aan de streep.

N A
Paulo Coelho - De acht bergen 6
Het huwelijk was tegengewerkt door de ouders van mijn moeder, om redenen die mij onbekend waren, voltrokken in de aanwezigheid van maar een paar vrienden, met windjacks als trouwkleding en voor hun eerste nacht als man en vrouw een bed in de Auronzo-hut. De sneeuw schitterde al op de richels van de Cima Grande. Het was een zaterdag in oktober, in 1972, het einde van hun alpinistenseizoen van dat jaar en vele dagen daarna: de dag daarop stapten ze in de auto en reden ze naar Milaan.

N A
Paulo Coelho - De acht bergen 5
Mijn vader hoefde maar een van die namen te noemen, of mijn moeders ogen begonnen te glanzen. Op die plekken waren ze verliefd geworden, dat begreep ik ook na een tijdje: een priester had hen er als tieners mee naartoe genomen en dezelfde priester had hen op een herfstochtend getrouwd, aan de voet van Tre Cimi di Lavaredo, voor het kerkje dat daar staat. Dat berghuwelijk was de stichtingsmythe van ons gezin.

N A
Paulo Coelho - De acht bergen 4
Mijn ouders hadden rond hun dertigste het platteland van de Veneto verlaten, de streek waar mijn moeder was geboren en mijn vader als oorlogswees was opgegroeid, en waren naar de stad getrokken. Hun eerste bergen, hun eerste liefde, waren de Dolomieten geweest. Ze noemden die soms in hun gesprekken - toen ik nog te klein was om de conversatie te volgen - maar sommige woorden klonken scheller, betekenisvoller. De Carinacco, de Sassolungo, de Tofana, de Marmolada.

N A
Paulo Coelho - De acht bergen 3
Ook als ze bovenop een berg stond, vond ze het vooral leuk om naar de toppen in de verte te kijken, te denken aan die uit haar jeugd en zich voor de geest te halen wanneer ze daar was geweest en met wie, terwijl mijn vader, eenmaal op een top aangekomen, werd overvallen door iets van teleurstelling en alleen nog maar naar huis wilde. Ik denk dat het tegengestelde reacties waren op eenzelfde gevoel van nostalgie.

N A
Paulo Coelho - De acht bergen 2
Mijn moeder, die hem had leren kennen toen hij nog een jongen was, zei dat hij ook toen al op niemand wachtte en er altijd op gebrand was iedereen in te halen die hij boven zich zag; je moest dus stevige benen hebben om jezelf in zijn ogen aantrekkelijk te maken, en lachend liet ze doorschemeren dat ze hem op die manier had veroverd. Later ging ze, in plaats van bergtochten te maken, liever in het gras zitten, of stak ze haar voeten in een beekje, of bedacht ze hoe bepaalde bloemen heten.

Paulo Coelho - De acht bergen 1
Mijn vader had in de bergen zo zijn eigen manier van wandelen. Daar was weinig meditatiefs aan, het was een en al eigenzinnigheid en bravoure. Hij klom zonder zijn krachten te doseren, ging altijd met iemand of iets de strijd aan en als hij het pad te lang vond, klom hij gewoon recht omhoog. Als je met hem mee was, was het verboden te pauzeren en verboden te klagen over honger, vermoeidheid of kou, maar een lied zingen mocht wel, vooral als het onweerde of als er dichte mist hing.

N A
Michael Ondaatje - Blindganger 2
Ik weet nog dat mijn vader op zo'n oncomfortabele ijzeren tuinstoel zat, toen hij het nieuws vertelde, terwijl mijn moeder in haar zomerjurk vlak achter zijn schouder keek hoe wij op het nieuws reageerden. Na een tijdje pakte ze de hand van mijn zus Rachel en hield die tegen haar zij, alsof ze hem zo kon warmen. Rachel en ik zeiden allebei geen woord. We keken met grote ogen naar onze vader, die uitgebreid vertelde over hun vlucht met de nieuwe Avro Tudor I.

N A
Michael Ondaatje - Blindganger 1
In 1945 gingen onze ouders weg en werden wij toevertrouwd aan twee mannen die mogelijk crimineel waren. We woonden aan Ruvigny Gardens, een straat in Londen, en op een ochtend zei onze vader of onze moeder dat we na het ontbijt even met het hele gezin moesten praten, waarna ze vertelden dat ze een jaar naar Singapoore gingen, zonder ons. Niet zo heel lang, zeiden ze, maar ook weer niet kort. Tijdens hun afwezigheid zou er uiteraard goed voor ons gezorgd worden.

N A
Jan Terlouw - De Koning van Katoren 3
Voor Stach was het een bijzondere nacht omdat hij werd geboren. Zijn moeder klemde haar tanden op elkaar toen een hevige donderslag het eenvoudige huisje deed sidderen en Stach slaakte zijn eerste triomfantelijke kreet. Zijn ogen stonden wijd open, zodat de vroedvrouw kon zeggen: " Het is een jongen en hij heeft blauwe ogen."

N A
Jan Terlouw - De Koning van Katoren 2
"En rukwinden moeten takken afscheuren. Op een warme lentenacht vol bloemengeur en zacht geruis, kan ik niet sterven - dan wil ik een wandeling maken langs de vijvers in het park en naar de zwanen kijken, of een groot vuurwerk afsteken." Welnu, toen hij zijn ogen voorgoed sloot beleefde Wiss, de hoofdstad van Katoren, het hevigste noodweer van de eeuw. De ziel van de koning verliet het oude, vermagerde lichaam en werd meegevoerd door de storm naar plaatsen waar geen levende ooit is geweest.

N A
Jan Terlouw - De Koning van Katoren 1
Het begint op een nacht, zeventien jaar geleden. Voor twee mensen was die nacht heel in het bijzonder belangrijk. Voor de koning van Katoren en voor Stach. Voor de koning was het de laatste nacht. Hij stierf. Hij was tachtig jaar en moe van het regeren. Een vriendelijk en gelukkig man was hij geweest. Het had hem altijd mee gezeten. Ook deze sterfnacht kreeg hij nog zijn zin. "Als ik sterf," had hij dikwijls gezegd, "moet het stormen en hagelen, bliksemstralen moeten de lucht doorklieven..."

N A
Paul van Loon - Dolfje Weerwolfje
Midden in de nacht schoot Dolfje overeind in bed. Even wist hij niet waardoor hij wakker werd. Er gebeurde iets belangrijks, dat wist hij zeker. Iets in hem was veranderd. Maar wat? Plotseling scheen een manestraal door een kier in het gordijn, precies in zijn gezicht. Een zilveren lijn liep van Dolfjes voorhoofd over zijn neus naar zijn kin. Toen wist Dolfje het! Hij was jarig! Dit was natuurlijk het teken dat hij vandaag precies zeven jaar was.

N A
Margreet Dolman - Klanten vertellen alles 2
Ik zeg: "Kind, geniet nou eerst eens van je jeugd, in plaats van de weg naar het zwaarste beroep aller tijden te vragen." "Tante, ik geniet wel van mijn jeugd, maar ik wil tegelijkertijd een duidelijk doel in mijn leven hebben. En ik ben bang dat, als ik alleen maar geniet, zonder doel, mijn idealen ondergesneeuwd gaan worden. En ik wil per se verkoopster worden, het liefst in een grote winkel op de afdeling witgoed. Ik heb iets met witgoed. Vanaf mijn geboorte al."

N A
Margreet Dolman - Klanten vertellen alles 1
Een van de meest voorkomende roepingen in de internationale samenleving is die van verkoper. Over de hele wereld, in grote plaatsen maar ook in de allerkleinste gehuchten, in schatrijke buurten maar ook in straatarme wijken, overal staan dames en heren, jongens en meisjes, te popelen om 'in het vak' te gaan. Waar zou die roeping toch vandaan komen? Ik heb een nichtje van amper vijf jaar oud en die vroeg mij vorige week: "Tante Margreet, wanneer zou ik verkoopster kunnen worden?"

N A
Astrid Lindgren - Rasmus en de landloper 5
Rasmus zat op zijn vertrouwde plekje boven in de lindeboom te denken aan dingen die er niet moesten zijn. Allereerst aardappelen! Natuurlijk wel gekookte aardappelen met jus die je op zondag te eten kreeg. Maar als ze op het aardappelveldje groeiden en gerooid moesten worden - dan moesten ze er niet zijn. Juffrouw Haviks kon je ook best missen. Want zij was het die altijd zei: "Wij gaan morgen de hele dag aardappels rooien."